Dit is het zicht als ik naar buiten kijk uit de kajuitingang op het moment dat ik aan dit verhaal begin. Een loodrechte wand van honderden meter hoog, op 50 meter van onze boot.

We zijn in Botnen, helemaal op het einde van de Fyksesund, alweer zo’n gouden tip van de Noorse zeiler die we twee weken geleden ontmoet hebben. De Fyksesund is een zeer smalle fjord, zo’n vijf mijl lang, het hele eind tussen hoge, zeer steile wanden. Halfweg geeft onze kaartplotter alarm: geen positie meer. Tussen de bergen ziet de GPS niet genoeg satellieten om een betrouwbare positie te berekenen. Dat is de eerste keer dat dat ons overkomt.

Helemaal op het einde zijn er twee kleine steigertjes en liggen er enkele huizen verspreid. Naar we horen, zijn er nog twee permanente bewoners, de andere huizen zijn alleen in de vakanties bewoond.

Toen we een paar dagen geleden aan de vrouw van het hotel in Sundal zeiden dat we naar Botnen zouden gaan, schrok ze duidelijk. Achteraf heeft ze uitgelegd dat Botnen prachtig is, dat heel weinig mensen ook in Noorwegen het kennen, en dat ze dat liefst zo zou houden, onbekend en onbezocht.

Er loopt een weg het binnenland in, maar die loopt dood. Dit dal is over land alleen te voet over de bergen te bereiken. Alles wat hier is, is over het water aangevoerd

We trekken een eind de bergen in, langs een behoorlijk steil pad dat de kloof volgt waarin een bergriviertje zich naar beneden stort. Als je hier enige afstand wil afleggen, moet je een geoefende bergwandelaar zijn

Terug beneden ligt de fjord zich stil te spiegelen. Behalve vogels en een waterval is hier niets te horen.

We hebben hier in Noorwegen al veel prachtige dingen gezien, maar dit Botnen moet toch de kroon spannen. Maar vertel het vooral niet voort.

Your Message...Your name *...Your email *...Your website...

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *