De cirkel is rond

IMG_3886

Ossian ligt weer op zijn vaste ligplaats in Nieuwpoort. Zestien weken na ons vertrek zijn we terug, na een prachtige reis en een grandiose ervaring. In die tijd hebben we 2350 mijl afgelegd, 74 dagen gevaren en ongeveer evenveel verschillende havens en ankerplaatsen bezocht, de grote meerderheid daarvan volledig nieuw voor mij.
Tot mijn grote vreugde mag ik zeggen dat de reis op alle vlakken een succes is geweest.
Om te beginnen heeft de boot de tocht uitstekend doorstaan: geen grote problemen of pannes gehad, zeer zeewaardig, in alle omstandigheden perfect in de hand te houden, snel en comfortabel. Ik heb al die tijd aan boord geleefd en me daar perfect thuis gevoeld.
Ten tweede hebben we zo veel zo mooie plekken ontdekt, vooral dan aan de Schotse westkust. Ik was daar naartoe getrokken met hoge verwachtingen en die zijn meer dan vervuld. Indrukwekkende landschappen, ruwe natuur, verlatenheid, het is er allemaal in grote hoeveelheden te vinden. Tegelijk weet ik dat we daar nog veel meer te verkennen hebben. Vroeg of laat ga ik daar nog eens naartoe.
Ten derde heb ik het genoegen beleefd om grote stukken van de reis met zeer fijne mensen te kunnen delen. Zij hebben een reis mee gemaakt tot een ervaring, en ik ben ze daar zeer dankbaar voor. Bovendien is me onderweg nog maar eens de vriendelijkheid opgevallen van de mensen in Ierland en Schotland, spontane vriendelijkheid zonder commerciële bijbedoelingen. Wij hier in Vlaanderen kunnen er veel van leren.
Ten vierde heb ik voor mezelf vastgesteld dat een kleine vier maanden aan boord leven en op reis zijn me geen moeite heeft gekost. Ik zat snel in dat ritme, dat toch behoorlijk afwijkt van mijn normale leven, en ik heb op geen enkel moment het gevoel gehad dat het lang begon te duren. Het geeft zin om nog meer langere reizen te maken. Thuis komen is dan ook weer fijn, de mensen die je liefhebt weer eens kunnen vastpakken, is heerlijk.
Toch nog een woordje over de thuisreis: de oversteek van Harwich naar Oostende was snel en voorspoedig. Vertrokken voor zonsopgang met een behoorlijk windje, maar dat liet het na een uurtje volledig afweten. Samen met ons stak namelijk een kleine kern van lage druk ook de Noordzee over, en die heeft ons urenlang gevolgd en zonder wind gezet. We hebben moeten motoren tot we de grote scheepvaartroute naar het noorden bijna overgestoken hadden, met hooguit twee mijl zicht, zodat we de scheepvaart met radar en AIS in de gaten moesten houden. Gelukkig bleef het erg rustig rondom ons. Na de scheepvaartroute kwam er weer voldoende wind, zodat we toch nog behoorlijk hebben kunnen zeilen tot voor Oostende, waar we om halfacht vast lagen. Daar hebben we met een etentje in de Royal North Sea afscheid genomen van Johan, mijn laatste opstapper, en zijn echtgenote Martine.

IMG_3875
Het afsluitende sprongetje van Oostende naar Nieuwpoort hebben Tru en ik samen gedaan, in perfecte omstandigheden: zonnetje, halve tot ruime wind van over het land, stroming mee. Op een uur en een kwartier van Oostende naar Nieuwpoort. Daar zijn we allerhartelijkst onthaald door de buren op de steiger. Een mooi einde van een mooie reis.

IMG_3878

Finale week

IMG_3780

Woensdagavond, halverwege wat de laatste week van de reis wordt. We liggen in Woolverstone Marina, vlakbij Pin Mill op de River Orwell. Een soort bedevaartsoord voor al wie zeilend de rivieren van de oostkust bezoekt.

IMG_3797

IMG_3799

We hebben dan ook de bijna obligate wandeling gemaakt naar Pin Mill, waar het laagwater springtij was, en we de hele ‘hard’ af konden lopen en uiteindelijk stonden ongeveer halverwege wat de rivier bij hoogwater is.

IMG_3810

IMG_3813

IMG_3818

IMG_3821

IMG_3824

Die hard is een verhard en droogvallend stuk rivieroever, bij de scheepswerf die hier in de bocht van de rivier is gevestigd. nu nog liggen hier altijd wel een paar traditionele platbodems op het droge voor een onderhoudsbeurt.

IMG_3832

We hebben ons dan ook vergaapt aan de houseboats, een markante verzameling woonboten die zonder uitzondering betere tijden gekend hebben, sommige al heel lang geleden.

IMG_3834

IMG_3840

IMG_3842

IMG_3843

IMG_3844

IMG_3851

Het is een soort pittoreske drijvende slum, die regelmatig droogvalt. Daarna de welverdiende pint op het terras van de Butt and Oyster.

IMG_3807

Overigens overviel me tijdens de wandeling voor het eerst het gevoel dat het hoogzomer is, augustus, de oogstmaand. Door zoveel noordelijker en op zee te zitten, is de hele naar verluidt warme en prachtige zomer zo een beetje aan mij voorbij gegaan.
De River Orwell is trouwens een soort reservaat tussen de brute containerhaven van Felixtowe met zijn gigantische schepen en kranen, en de stad ipswich, die we net niet zien van waar we liggen, maar wel de brug over de rivier, als een soort van wachter van de stad en de civilisatie.

IMG_3862

IMG_3855

IMG_3776

IMG_3771

De rivier daartussen ziet er nog uit zoals ze er honderd jaar geleden uit gezien moet hebben, behalve dan de massa witte jachten aan meerboeien. En vooral, het is dicht bij huis, en toch zo totaal anders.
We zijn vandaag van Lowestoft gekomen, grotendeels op motor helaas, want de weinige wind die er was, zat pal op kop. Gelukkig volop stroming mee, zodat we meer dan negen knopen over de grond haalden. Lowestoft was ook weer zo’n stap terug in het verleden. Het was 25 jaar geleden dat ik er nog binnengelopen was, maar veel is er niet veranderd. Was er vroeger nog het overschot van wat ooit een bloeiende vissersvloot moet zijn geweest, die is nu totaal verdwenen, en vervangen door een paar schepen die zorgen voor het onderhoud van de windmolenparken voor de kust. Het stadje zelf maakt nog altijd dezelfde indruk van verval, ondanks enkele cosmetische ingrepen en een winkelstraat waar wat inspanningen voor geleverd zijn. Als je even een zijstraat inslaat, merk je dat het ze hier niet voor de wind gaat. Ook het strand ziet er niet florissant uit en ademt vooral tristesse uit.

IMG_3736

IMG_3738

IMG_3740

IMG_3746

IMG_3733

De jachtclub is wel nog altijd hetzelfde prachtige 19de eeuwse gebouw, met weinig toegevingen aan de moderne tijd. De sfeer is er een van hardnekkig de stand ophouden, ook al weet je dat je daarmee een eiland bent in een desolate omgeving.

IMG_3729

IMG_3725

In Lowestoft zijn we terecht gekomen na een tocht van 135 mijl, een kleine 22 uur, van uit Scarborough. Veel keuze hadden we niet, want er zijn tussenin nauwelijks havens waar Ossian binnen kan. Het hele gebied van de Humber, de Wash en de bult van East Anglia heeft alleen zeer ondiepe havens, waar we zelfs met hoog tij niets kunnen gaan doen. Het was wel een aangename trip, met tenminste een deel van de tijd fijn zeilweer. We hebben vier uur op gennaker gevaren en het was heerlijk.

IMG_3716

IMG_3713

Overigens de eerste keer van de reis dat het de moeite waard was om de gennaker te hijsen, al weet ik dat Gilles en Silke daar anders over zouden denken. Maar zij zijn nu eenmaal bootjes gewoon waar de gennaker een essentieel deel van de zeilvoering is. Hoe dan ook, het was leuk, en het heeft ons vier uur laten zeilen in plaats van motoren.

IMG_3718

IMG_3720

Zeilen tussen de booreilanden door, trouwens. Voor de Humber en de Wash staan er een pak booreilanden en aanverwante structuren. Samen met de drukke scheepvaart en de windmolenparken hebben zij ervoor gezorgd dat er voldoende te zien viel op zo’n langere tocht.

IMG_3727

Engelse badplaatsen

Are you going to Scarborough Fair? Parsley, sage, rosemary and thyme, remember me to one who lives there, she once was a true love of mine…

Voor velen van mijn leeftijd zullen bij deze woorden de stemmen van Paul Simon en Art Garfunkel horen. Zij hebben het liedje in de jaren zeventig over de hele wereld bekend gemaak, in een wat zoeterige, maar verder best aanvaardbare versie. Wat ze er niet bij vermeldden, was dat het eigenlijk een Engelse traditional was, maar soit.
Scarborough, waar ik deze regels schrijf, is al heel lang bekend. Voor zijn fair, zijn jaarmarkt en/of kermis, en later als badstad. Het wordt wel eens omschreven als the quintessential English seaside resort.

IMG_3641 IMG_3644

 

Als ik me 100 a 150 jaar in de tijd terug probeer te verplaatsen, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Het stadje heeft een station, en een flink aantal huizen met enige vergane grandeur, het moet een tijdlang aantrekkelijk en zelfs redelijk chique geweest zijn.

IMG_3687

IMG_3684

Wat daar nu nog van overblijft? Bitter weinig. Er is een strandje, een haven die zoals alle vissershavens betere tijden gekend heeft, en dan is er vooral the waterfront, de promenade langs strand en haven. En dat is pretty horrible, de ene fish and chips naast het andere lunapark, naast een ijsjeszaak, een lunapark, een winkeltje met prullaria, nog een lunapark, een goktent, een outlet voor designer clothes en zo gaat het maar door, een kilometer lang.

IMG_3695

IMG_3694

IMG_3693

IMG_3660

IMG_3681

En het stikt er van het volk, want het is mooi weer. Er zit ook wel wat volk op het strand, maar in vergelijking met Belgische badplaatsen zijn de verhoudingen omgekeerd: een beetje volk op het strand, een massa op de promenade, met een pak fish and chips, of een ijsje, de hele dag lang. En in de lunaparken, en op de kermisattracties.

IMG_3696

IMG_3683

IMG_3675

Of in de bootjes. In de haven zijn er een tiental bootjes die tochtjes op zee aanbieden: een drietal oude omgebouwde stoomboten, een motorboot die tot driemast piratenschip is omgetoverd en ook nog drie snelle speedboats.

IMG_3646

IMG_3651

Op de kade prijzen helpers de boottochtjes met luide stem aan, en met succes. Onophoudelijk varen ze heen en weer. £5 voor een ritje van tien minuten in een speedboat. Een tiental passagiers per rit, zes ritjes per uur, acht uur per dag. Een mooi bedrag, maar dagen zoals deze moeten natuurlijk hun seizoen goedmaken.
Hoedanook, ik blijf met verwondering kijken naar de Engelse badplaatsen. En natuurlijk ook naar de mensen die er flaneren. Het lijkt wel alsof je er zonder tatoeages niet bij hoort. Oud, jong, man vrouw, het maakt niet uit, en het blijft meestal niet bij eentje. Als je iemand met een arm of been in plastic verpakt ziet lopen, dan heeft ie net een nieuwe tatoeage laten zetten.

IMG_3692

IMG_3669

IMG_3657

IMG_3654

IMG_3649

Gisteren in Whitby hetzelfde verhaal, dezelfde fauna en flora. Al is de oorsprong lichtjes anders, want Whitby was van in den beginne de badplaats voor de mijnwerkers van Yorkshire. Het stadje probeert dan wel zijn link met Captain James Cook uit te spelen, en met Bram Stoker en Dracula, maar de essentie blijft fish and chips en lunaparken.

IMG_3598

IMG_3606

IMG_3613

IMG_3616

Waar anders zie je om vijf uur een rij van vijftig mensen aanschuiven voor een fish and chips-restaurant, en nog eens dertig mensen voor de take away van hetzelfde etablissement?
Ik kan het niet helpen, af en toe moet ik terugdenken aan Canna, of Gometra, of North Uist, al was het maar voor het mentale evenwicht.

Reorganisatie

Nieuw op de site: de Gallery is onderverdeeld in geografische gebieden. Dat zou het wat makkelijker moeten maken om nog eens terug te kijken zonder je door de hele massa foto’s te moeten werken. Voor de eenvoud heb ik de foto’s van de Orkneys bij de Schotse oostkust gezet. Verder blijft het syteem hetzelfde: de nieuwste foto’s staan bovenaan, de oudere eronder. Nog niet alle subgallery’s zijn gevuld, maar dat probeer ik zo snel mogelijk in orde te brengen.
Ook het logboek is om dezelfde redenen gesplitst. Je kiest gewoon een maand uit het menu.
Ik hoop dat de site zo wat overzichtelijker is geworden. Voor mij is ook dit een leerproces, bij een eventuele volgende reis zal het er nog beter uitzien.
Tiens, volgende reis? Daar moet ik eens over beginnen nadenken.

Verschillende gezichten

Het noordoosten van Engeland is een streek met verschillende gezichten: je hebt er kliffenkusten met af en toe een nederzetting, afgewisseld met riviermondingen waar de zware industrie overheerst(e).

IMG_3464

IMG_3479

Na Amble heb ik een heerlijk zeiltochtje gehad langs de kliffen naar de monding van de Tyne. Stevig windje van over het land, dus vlakke zee en een boot in galop. Achteraf in de haven daarover aangesproken door een man die we voorbijgelopen waren, hij vond het een prachtig zicht. Jammer dat hij geen foto had gemaakt.

IMG_3486

De Tyne is natuurlijk een ander verhaal. Newcastle en omgeving zijn heel lang een streek geweest van kolen, staal en scheepsbouw. Maar die zijn in de jaren zeventig en tachtig bijna allemaal ten onder gegaan. Newcastle zelf is intussen wel weer uit de put gekrabbeld, de regering en Europa hebben er ook massa’s geld in gestoken en er zijn ook nieuwe investeringen angetrokken. Maar op de rivier blijven de littekens duidelijk te merken. Waar de scheepswerven waren, blijven grote lege gebieden, waar de projectontwikkelaars nu mee aan de slag zijn.

IMG_3488

IMG_3491

Royal Quays Marina waar ik binnen ga, is zo’n typisch project: nieuwe steigers en voorzieningen in een oud dok en errond een complex van flats. Financieel draait het helemaal rond de verkoop van de woningen. Hier valt het allemaal wel mee, de woningen overheersen niet en zijn esthetisch nog redelijk verantwoord.
Bovendien zie je dat de natuur zich weet aan te passen. Sinds een paar jaar heeft zich een kolonie sternen gevormd op een van de sluishoofden. De vogels voelen zich er blijkbaar helemaal thuis, vliegen af en aan met vis om de jongen te voeden en maken een ongelooflijke herrie.

IMG_3524

IMG_3527

IMG_3533

IMG_3536

En sternen zijn nu eenmaal zeer beschermend voor hun nest en vallen iedereen aan die te dicht bij komt. Zo ook wie over de steiger loopt waar ik lig. De marina heeft dus maatregelen genomen: er staan waarschuwingsborden, maar er staan ook bakken met paraplu’s en bouwvakkershelmen om je te beschermen tegen de aanvallende sternen.

IMG_3505

Blijkbaar herkennen die vogels ook individuele mensen, want ze zouden sommigen eerder aanvallen dan anderen. Ik heb er geen last van gehad, al ben ik zo dicht mogelijk genaderd om foto’s te maken. Maar toen ik een man met een paraplu op de steiger zag, werd die prompt aangevallen door een stern. De man naast hem werd ongemoeid gelaten. Ofwel is die paraplu de spreekwoordelijke rode lap…

IMG_3538

IMG_3541

Een vriendelijke man van de marina heeft me in zijn MGB meegenomen naar North Shields, de dichtst bij zijnde voorstad van Newcastle. Daar heb ik me nog eens aan een fish and chips gewaagd, de Britse bijdrage aan de wereldgastronomie. Hoewel, wat mij betreft, is het een misdaad tegen de vis en de aardappel. Bovendien serveren ze er wit brood bij, en wilden ze me er ook thee bij schenken, waarvoor ik vriendelijk bedankt heb. Maar de Britten houden duidelijk van hun Fish and Chips: ik heb daar een half uurtje gezeten, en in die tijd zijn alle tafeltjes in de grote zaak vrijgekomen en weer bezet, en was het een onophoudelijk komen en gaan in de take away afdeling. Geen wonder dat de Britten zo veel overgewicht hebben. Ik had achteraf een cola nodig om het allemaal te laten verteren.
Van Tyneside ben ik naar Hartlepool gegaan. Tussen de twee opnieuw kliffen en golvend landschap, maar dan kom je aan de Tees, opnieuw zo’n industriële rivier, en daar is nog niet alles verdwenen.

IMG_3563

IMG_3565

Aan de kust staan een grote staalfabriek, een raffinaderij en nog wat andere fabrieken. Ze spuwen wolken en vervuiling uit, die je zo over zee ziet wegdrijven. Adembenemend, en dat mag je letterlijk nemen. Wie hier in de omgeving woont, moet dagelijks bidden voor westenwind, zodat de vervuiling richting Scandinavië waait.
Hartlepool is ook weer zo’n gerenoveerd dok met bewoning er omheen, alleen moet het een van de eerste pogingen geweest zijn, totaal smaakloos. De appartementen doen denken aan Oostblokarchitectuur, de jachthaven is half leeg, met oude, onverzorgde steigers en een waarschijnlijk onbedoelde collectie wrakke boten. Het sanitairgebouw doet me om diverse redenen aan een gevangenis denken.

IMG_3556

Ik heb geen enkele reden om hier lang te blijven en als blijkt dat de stroming ‘s morgens vroeg mee loopt en ik in Whitby nog voor elf uur door de brug moet, is de beslissing vlug genomen, vertrek om zes uur.

IMG_3562

IMG_3575

IMG_3580

Helaas nauwelijks wind, maar een half uurtje echt goed kunnen zeilen, de rest moest de motor erbij om snelheid te houden.

IMG_3586

Op het eerste gezicht ziet Whitby er nog net zo uit als in mijn herinnering van 25 jaar geledeno. Nu ga ik op verkenning om uit te vissen of het echt nog zo is.

Dubbel geankerd

IMG_3401

IMG_3402

IMG_3403

Vanmorgen vroeg vertrokken van de ankerplek bij Holy Island, om over de ondiepte te komen voor het water te ver zou zakken en ons zou opsluiten. Een paar mijl verderop liggen de Farne Islands, een paar rotseilandjes met een grote vogelkolonie en een stevige zeehondenpopulatie. Daar ga ik opnieuw voor anker. Ik heb geen haast, het is zonnig, de stroming zit nog tegen, en als ik nu doorvaar, ben ik te vroeg bij de volgende haven en moet ik daar wachten voor ik binnen kan.

Jammer genoeg waait het wat te hard, en staat er te veel deining om aan land te gaan. Ik had nochtans graag de papegaaiduikers van dichtbij gefotografeerd. Nu heb ik vanop de boot de massa sternen gadegeslagen, een ware wolk vogels, die voortdurend krijsen dat horen en zien vergaat. Ze vliegen af en aan, en duiken voortdurend naar kleine visjes.

IMG_3431

IMG_3437

Ze vinden hier blijkbaar genoeg te eten in zee. Agressieve beestjes hoor, die sternen. Ze nestelen op de grond, en als je te dicht bij hun nest komt, duiken ze op je af en pikken op je hoofd. Pijnlijk, dat herinner ik me maar al te best van mijn vorig bezoek aan de Farne Islands, bijna dertig jaar geleden. Tegenwoordig geven ze in de pilotbooks de raad een hoed of een pet te dragen als je hier aan wal gaat.
Als ik hier een tijdje lig, komt er een kleine open zeilboot ankeren, met drie mensen erin. Al gauw komen er twee van hen naar me toe geroeid. Het zijn moeder en zoon, die afkomen op mijn Belgische vlag. De moeder blijkt Belgische voorouders te hebben, uit Brussel. Haar grootvader of overgrootvader is tijdens de eerste wereldoorlog naar Engeland gegaan, en heeft er bij de luchtmacht gediend. Hij is daarna in Engeland gebleven en er getrouwd. Toeval of niet, de zoon is fan van de Belgische voetbalploeg, en de Belgische voetballers in de Engelse competitie.

IMG_3442

Tegen halftwee is het tijd om het anker te lichten: de stroming staat in de goede richting. Op zich is dat al behoorlijk lastig op je eentje, want het waait vrij hard, en je moet eigenlijk op twee plaatsen tegelijk zijn: op de boeg om het anker binnen te halen, en achteraan bij het roer om ervoor te zorgen dat de boot niet afdrijft. Voor mij betekent dat dus heen en weer lopen. Het anker komt maar moeizaam naar omhoog, maar als het eindelijk boven water is, wordt meteen duidelijk waarom. Er hangt een tweede anker aan: zo’n ouderwets monster zoals je wel eens in kitscherige voortuintjes ziet. Het vraagt een uiterste krachtsinspanning om het van mijn anker los te maken. Ik kan niet anders doen dan het te laten vallen, zodat het nog argeloze zeilers kan hinderen. Ik moet als de weerlicht naar achter, om te vermijden dat we op de rotsen gaan. Niet meteen een rustige zondagmiddag op een idyllisch ankerplekje.

IMG_3451

IMG_3453

Het zeiltochtje naar Amble maakt wel een en ander goed: stevige wind dwars op de boot, die van over de kust komt, dus geen golven, en op genua alleen, lopen we tot bijna acht knopen. Wel blijft het uitkijken voor de vissersboeitjes, want het krioelt ervan. Onder zo’n boeitje zit een touw waaraan een aantal krabbenfuiken zitten. Die wil ik liever niet aan de kiel of in de schroef hebben.
Amble binnenvaren vraagt nog even aandacht, want de ingang van de haven is ondiep, maar het getij is al genoeg gerezen, zodat er geen probleem is. Het haventje zelf is in de negentiende eeuw ontstaan om de kolen van de vele mijnen in de omgeving te transporteren, maar die industrie is al lang teloor gegaan, en al wat er rest zijn wat kleine vissersbootjes en enkele jachten. Het verhaal van het hele noordoosten van Engeland.

Dubbel afscheid

Vanmorgen afscheid genomen van Jan. Na een fijne periode samen was het voor hem dringend tijd om weer eens de handen uit de mouwen te steken: er wacht hem een flinke portie verbouwingswerk bij zijn zoon. De komende week vaar ik alleen verder.

IMG_3396

IMG_3390

Ik schrijf dit stukje bij valavond voor anker bij Holy Island, met op de achtergrond het gekrijs van eeuwig ruziemakende sternen en het gesnuif van de alomtegenwoordige zeehonden. Vandaag had ik maar een mijl of twintig te varen vanuit Eyemouth. Dat was trouwens het tweede afscheid: Eyemouth was de laatste Schotse haven van deze reis, voortaan vaar ik langs de Engelse kust.
Eyemouth is nog altijd een zeer actieve vissershaven, met boten die op elk uur van de dag binnen en buiten varen en een visgroothandel die bruist van de activiteit.

IMG_3303

IMG_3282

IMG_3284

IMG_3347

Er is nog maar een dikke tien jaar geleden een nieuw dok en een vismijn gebouwd. Maar toch voelen ze ook hier dat het niet de goede kant uitgaat met de visserij en doen ze hun best om meer jachten aan te trekken. Ze zouden dan ook best de haven wat verdiepen, want met dit springtij zitten de jachten bijna vier uur met hun kiel in de modder. We stonden toch ook een kleine dertig centimeter boven onze gewone waterlijn. Onze Nederlandse buurman zakte bovendien zo’n 15 graden scheef en zette behoorlijk wat spanning op onze lijnen.

IMG_3361

IMG_3364

Uiteindelijk was het allemaal geen probleem en zijzelf hebben er niets van gemerkt, want ze waren aan het slapen na een nachtje doorzeilen. Ze zijn op vier weken heen en terug naar de Schotse westkust aan het zeilen, en dus moeten ze lange tochten en veel mijlen maken. De vrouw zei daarover: ‘alle leuke dingen doen we op zee.’
Afscheid van de Schotten dus, die collectief de onderscheiding van vriendelijkste volk van Europa verdienen. Op een enkele (1) uitzondering na, heb ik alleen vriendelijke, spontaan behulpzame mensen ontmoet. Trainingen klantvriendelijkheid zijn hier weggegooid geld.

IMG_3349

IMG_3359

Voor Eyemouth kwamen we van Arbroath, opnieuw zo’n klein vissershaventje dat zich meer en meer toelegt op de jachten. Er is een dok met steigers achter een sluisdeur, die jammer genoeg alleen draait als het water hoog genoeg staat. Normaal gezien beginnen ze maar te werken om zeven uur, maar op onze vraag kon dat ook een uurtje vroeger, zodat we niet tot ‘s middags vast zouden zitten. Kostte wel 50 pond, te verdelen over twee Nederlanders en ons. Meteen ook een goede aanleiding om samen met de Nederlanders een glas te drinken.

IMG_3266

IMG_3267

Michiel was ik eerder al een paar keer tegengekomen, hij heeft ongeveer dezelfde reis gemaakt als ik, in dezelfde periode. Hij blijkt een collega te zijn bij de Volkskrant. Karel, de tweede Nederlander, vaart solo. Een bewonderenswaardige man: 74 jaar, en vaart nog maar een achttal jaar, altijd solo. Hij was onderweg naar Spitsbergen, maar had technische problemen gekregen en was daardoor gestopt op de Shetlands en ging nu terug richting Nederland. Ik vaar ook af en toe alleen, maar dat is toch van een heel ander kaliber.

Homeward bound

IMG_3209

We hebben de steven definitief zuid gewend. Wick is onze meest noordelijke haven geworden. Dat betekent dat er nog heel wat terrein te verkennen blijft, een goeie reden om hier nog eens terug te komen. (Alsof er aan de westkust niet genoeg overblijft dat we nog niet gezien hebben)
Van Wick gaat het naar het zuidoosten, dwars over de Moray Firth, de trechtervormige baai waar Inverness het puntje van de trechter vormt. Mooi weer, prachtig zicht, maar helaas geen zuchtje wind, dus de hele dag op motor.

We ronden Rattray Head, en zijn nu officieel niet meer aan de noordkust van Schotland. Onze bestemming is Peterhead, een grote vissers- en oliehaven, waar jachten volgens de pilots alleen maar getolereerd worden.
Als we in Peterhead aankomen, blijkt de jachthaven tot onze verrassing voor een stuk verzand te zijn, en kunnen we er nog niet binnen. We moeten een tweetal uur wachten in de vissershaven. Daar gaan we tegen een sleepboot liggen, en worden we eerst door de havenmeester in zijn controletoren uitgenodigd en krijgen we de hele uitleg over de haven.

IMG_3188

IMG_3186

IMG_3190

Peterhead was vroeger de grootste vissershaven van Schotland, maar de visserij is sterk achteruit geboerd, de schuld van Europa, dat het begrip overbevissing uitgevonden heeft. Nochtans zit er vis genoeg in de zee, krijgen we te horen. Gelukkig heeft de olie in de Noordzee voor heel wat nieuw werk gezorgd. De supplyships varen voortdurend af en aan met materiaal voor de booreilanden. Er ligt ook een gigantische kabellegger te laden.
We krijgen ook de uitleg over de beperking van de jachthaven te horen. Er is in januari een zware storm uit het oosten geweest, waardoor er golven van wel 15 meter hoog de haven binnen rolden, en alles overspoelden. Die storm heeft veel zand verplaatst en de jachthaven is nog niet uitgebaggerd.
De vriendelijke havenmeester geeft ons ook de tip om eens te gaan kijken in de vismijn, die de grootste van Europa blijkt te zijn. Gewoon gigantisch, minstens drie, waarschijnlijk vier keer zo groot als die van Zeebrugge. Er zijn meer dan dertig laadpoorten voor vrachtwagens naast elkaar. Er staan flink wat bakken vis, maar ze vallen niet op in de grote ruimte.

IMG_3197

Nog meer verloren in de ruimte staan twee wetenschappers de maat van vissen op te meten, om daaruit de stand van het visbestand af te leiden. Volgens hen hebben de vangstbeperkingen wel wat effect, maar nog niet genoeg. Als je met de mensen van de vismijn praat, krijg je te horen dat er in jaren niet zoveel vis gezeten heeft, dat de vissers na een sleep vaak al hun hele quota hebben bovengehaald, en dat ze ongelooflijk veel vis dood terug in zee moeten gooien. Vissers en wetenschappers, ze praten ogenschijnlijk over hetzelfde, maar het zal nog lang duren voor ze op dezelfde golflengte zitten.
Als we uit de vismijn komen, worden we uitgenodigd aan boord van de loodsboot. Het lijkt wel alsof iedereen hier zijn best doet om ons te entertainen, maar ze zijn gewoon echt zo. Ik ken geen vriendelijker en opener mensen dan de Schotten, of het zouden de Ieren moeten zijn. In vergelijking daarmee zijn wij Vlamingen toch maar een gesloten en nors volkje. Een Schot moet in Vlaanderen de schok van zijn leven krijgen van de bejegening die hij krijgt.
Als we in de jachthaven komen, blijken daar een aantal Nederlandse boten te liggen, die allemaal net als wij naar het zuiden gaan. Die zullen we de volgende dagen nog wel tegenkomen.
Na Peterhead gaan we naar Stonehaven, even ten zuiden van Aberdeen. Eerst op de motor, dan heerlijk zeilend met zonnig weer en een vlakke zee.

IMG_3210

Stonehaven luidt weer een nieuwe fase in voor mij: vanaf nu kom ik weer op bekend terrein. Sinds Land’s End was alles nieuw voor mij, maar meer dan 25 jaar geleden zijn we al eens tot Stonehaven gevaren. En als we hier binnenvaren, herken ik het weer volledig.

IMG_3237

IMG_3221

In meer dan 25 jaar is hier blijkbaar nog niet zo veel veranderd. Het brengt fijne herinneringen naar boven aan onze eerste zeilreizen met Eddy. Drie weken lang uitsluitend blikvoer, maar wel stevig doorzeilen, en we hebben daar wel de basis gelegd voor alles wat erop gevolgd is, en dus ook voor deze reis.

IMG_3212

We gaan naast een Nederlander liggen die ik al vaker ben tegengekomen: in Oban, in Tobermory, Mallaig, Wizzard Pool. Hij is wel op de Orkneys geraakt, maar we zijn het er absoluut over eens dat er niets boven de Hebriden gaat, en dat we er absoluut nog eens naartoe gaan.

IMG_3218

Intermezzo Orkneys

De Orkneys, die eilandengroep ten noorden van Schotland. Ik wou er zo graag naartoe, maar het weer wou maar niet meewerken. Niet via het westen en Cape Wrath, dan maar proberen via het Caledonisch Kanaal, de oostkust en Duncansby Head. Met een kakelverse bemanning.

IMG_2725

IMG_2726

In Inverness was Silke aan boord gekomen, na een reis van bijna 48 uur van de Iles de Glenan aan de Bretoense zuidkust. En de vierde Jan, Jan Christiaanssen, recht van de Senta en het Wad. Met allemaal veel zin om de Orkneys te zien.
Dus vertrekken we van Inverness naar Wick, zeventig mijl verderop en de laatste mogelijke tussenstop naar de Orkneys. Zowat 12 uur varen, een stukje zeilen, maar dan valt de wind weg en gaat het op motor verder. De tuimelaars die de baai van Inverness bevolken laten zich jammer genoeg alleen op een afstand zien. In Wick kijken we nog een keer goed naar het weerbericht, en dan volgt de koude douche. Naar de Orkneys zal nog wel gaan, maar dan krijgen we een paar dagen met veel wind en daarna draait de wind naar het zuiden, met een zeer onzekere weersituatie, die in alle richtingen kan kantelen. Net wat we niet nodig hebben, want we moeten Silke op tijd in de bewoonde wereld kunnen afzetten zodat ze haar trein terug naar Belgie kan halen.

IMG_2772

IMG_2766

IMG_2771

Tijd voor plan B dus, of plannen B. Jan en ik gaan toch naar de Orkneys, maar dan met de ferry. Silke gaat terug naar de Glenans, waar ze nog een weekje kan werken. Het is meteen een afscheid voor vier a vijf maanden, want voor ik terug thuis zal zijn, vertrekt zij alweer naar de Verenigde Staten voor een semester.

IMG_2824

IMG_2831

IMG_2842

Jan en ik huren een autootje en rijden naar de noordkust, waar we de ferry nemen naar de Orkneys. Alweer een totaal andere archipel dan wat ik tot nog toe gezien heb. Heuvelachtige, glooiende eilanden, vrij schaars bevolkt, met veel natuur, veel prehistorie en flink wat geschiedenis uit de twee wereldoorlogen.
We komen er aan via Scapa Flow, een beschut water tussen een aantal eilanden.

IMG_3095

Maar ook een groot schepenkerkhof. Op het einde van de eerste wereldoorlog was hier namelijk een grote Duitse vloot bijeengebracht als oorlogsbuit voor de Britten. Maar de Duitse bevelhebber wou die schande niet op zijn naam, en gaf bevel de schepen te laten zinken. Hallucinant, en tot vandaag een soort paradijs voor duikers. In de tweede wereldoorlog lag hier dan weer een grote Britse vloot verzameld en slaagde een Duitse onderzeeër erin de baai binnen te dringen en een groot Brits slagschip tot zinken te brengen. Daarop besloot Churchill dat een aantal doorgangen tussen de eilandjes gedicht moesten worden, en hij schakelde daarvoor Italiaanse krijgsgevangenen in.
Bij aankomst zien we daar nauwelijks iets van, want er is dichte mist. De volgende ochtend is die gelukkig opgetrokken, en we maken een rondrit, onderbroken door wandelingen op mooie plekken die we onderweg tegenkomen. Daar is overigens geen gebrek aan, want buiten het hoofdstadje Kirkwall zijner allen wat verspreide gehuchtjes, en verder vooral landbouw en natuur. Zo maken we een prachtige wandeling langs de klippen aan de westkust, die zo’n 100 meter hoog zijn , loodrecht in zee vallen en bevolkt zijn door zeevogels. Het is een speciaal gevoel op zo’n richel te staan en 100 meter onder je de golven te zien schuimen.

IMG_2873

IMG_2893

IMG_2898

IMG_2940

IMG_2936

IMG_2951

IMG_2954

IMG_2999

Vandaag zaterdag hebben we een ferry genomen naar Eday, een centraal gelegen eilandje in de noordelijke Orkneys. Er zijn zo’n 140 zielen ingeschreven, waarvan er een tachtigtal permanent op het eiland wonen. Er valt helemaal niets te beleven, je kunt er alleen wandelen, en dat is precies wat we doen, wandelen, over de hele lengte van het eiland, en weer terug.

IMG_3008

IMG_3013

In het piepkleine haventje maken we een praatje met een man die er met zijn zeiljacht tegen de steiger ligt. Hij vaart solo en blijkt gisteren met zijn zeiljacht op een klip gevaren te zijn. Gelukkig niets ernstigs, hij is er door een motorboot weer afgesleept, zonder schade. Maar de man zijn zelfvertrouwen heeft een flinke klap gekregen en hij ziet het duidelijk allemaal even niet zitten. We proberen hem de broodnodige morele steun te geven.
Op de ferry naar Eday hebben we trouwens gemerkt dat varen in de
Otkneys geen sinecure is. Tussen de eilanden staat heel wat stroming en vormen zich altijd gebieden van hevige turbulentie, waar de ferry zorgvuldig rond probeert te maneuvreren. Waar hij er toch door moet, voel je meteen dat het schip gaat slingeren en stampen.

IMG_3004

IMG_3028

IMG_3074

Op zondagochtend zijn we nog even gaan kijken naar de westelijke ingang van Scapa Flow, tussen Mainland en het eiland Hoy. De stroming stond naar buiten, de wind daar schuin tegenin, zo’n vier a vijf beaufort, en dat leverde toch al flinke staande golven en brekers op, vanop de wal bekeken toch wel zo’n twee meter hoog. We hebben er een jacht door naar buiten zien gaan, en dat leek nog allemaal goed te gaan, maar het moet wel spannend zijn.

IMG_3077

IMG_3088

IMG_3089

Op de terugweg naar de ferry passeerden we weer over de Churchill Barriers, in de tweede wereldoorlog aangelegd door Italiaanse krijgsgevangenen om Scapa Flow minder toegankelijk te maken voor onderzeeërs. Die Italianen waren krijgsgevangen gemaakt in Noord-Afrika, tijdens de tankveldslagen in de woestijn. Van de woestijn naar de Orkneys, van een contrast gesproken. Om toch wat menselijkheid en waardigheid in hun bestaan te houden, hebben ze een paar van die half cilindervormige hutten omgebouwd tot theaterzaal en kapel. De kapel staat er nog, een merkwaardig bouwsel, dat helemaal beschilderd is in trompe l’oueil.

IMG_3134

IMG_3136

IMG_3137

IMG_3140

En dan terug naar het vasteland met de ferry, die zorgvuldig probeert de gebieden met de stroomrafelingen en de staande golven te vermijden.

IMG_3170

IMG_3171

IMG_3179

Conclusie, we zijn heel blij dat we de Orkneys bezocht hebben en een gevoel gekregen hebben van hoe die eilanden zijn. Jammer dat we het niet met onze eigen boot hebben gedaan, maar we zijn er wel van overtuigd geraakt dat dit een vaargebied is dat je met veel respect moet bekijken, en waar je vooral de tijd moet hebben om het juiste moment te kiezen.

Gallery

Er zijn een heleboel nieuwe foto’s, maar ze staan niet allemaal in een logische volgorde, want ik had gisteren problemen om ze te uploaden. Ik hoop dat ik dat nog in orde krijg.

Due to problems uploading the most recent pictures, some of these are out of the logical order. I hope to fix this later.